Alle leermiddelen die we nodig hadden om een bruikbaar mens te worden in de maatschappij werden door onze school gratis geleverd. Er was echter een uitzondering en dat was een inktlap, een stapeltje rond of vierkant geknipte stukjes textiel, aan elkaar gezet met een knoop om onze kroontjespen mee af te vegen. Ze waren kant en klaar te koop, gemaakt van dunne lapjes spons, maar omdat het huishoudbudget in die dagen dergelijke frivoliteiten niet toeliet, werden het staaltjes van huisvlijt. In eerste instantie vierde moeder hierop haar creativiteit bot maar na verloop van tijd liet ze die eer aan mijzelf. Ik leerde er niet alleen mee hoe je een knoop aan je gulp, jas of overhemd moest naaien maar ook welke stoffen bruikbaar of ongeschikt waren voor de verheven daad van inkt zuigen. Zo waren er stoffen met haartjes die aan de pen bleven hangen waardoor het schrijven ernstig werd bemoeilijkt. Uiteindelijk bleek zeemleer het meest geschikt met onderbroekenstof als goede tweede.
 

 

 

 

 

 

 

Ik scharrel in de voddenmand,
Met hemden, truien, jassen.
Op zoek naar een textielrestant,
Dat mij zou kunnen passen.

Kijk hier, die dikke badhanddoek
Is goed voor drie, vier lagen.
Een reep uit vaders onderbroek,
Die al is afgedragen.

En daar, een stukje zomervest,
Met al die felle kleuren.
Dat doe ik bovenop de rest,
Om het wat op te fleuren.

Snel neem ik nu de schaar ter hand, Om alles rond te knippen.
Dit wordt de mooiste van het land,
Waar niemand aan kan tippen.

Nu nog een grote knoop erop,
Een draad erdoor geregen.
Het resultaat deugt op en top,
Om de pen aan af te vegen.