Hoe ver ik ook terugga in mijn herinneringen, ik weet niet beter dan dat wij thuis kippen hadden.
Eerst in een gedeelte van de schuur met uitloop naar het tuintje waar vader boerenkool verbouwde. Later in een professioneel door vader en een vriend getimmerd kippenhok dat van alle, voor een goed leggende kip benodigde, gemakken was voorzien.
Er was een nachthok met latten waarop de kippen comfortabel op stok konden, een grote binnenren met een zestal leghokken en een ruime buitenren die nog kon worden vergroot wanneer de boerenkool van het land was.
De verzorging begon ’s morgens al bijtijds voordat vader naar zijn werk ging. Er werd een grote bak met ochtendvoer met water aangemengd die op een plek een stuk verwijderd van de leghokken  werd neergezet waardoor de kippen bij hun eieren werden weggelokt zodat ik ze gemakkelijk kon rapen, tevens werd het drinkwater ververst.
Het middagmaal bestond uit rijkelijk gestrooid kippenvoer dat onder luid gekakel werd genuttigd.
Wanneer ik ’s middags uit school kwam, moest ik een flinke portie gras of ander groen uit het weilandje naast ons huis plukken, het fijn snijden en aan de kippen opvoeren. De bak waar  ‘s  morgens het ochtendvoer in had gezeten werd nagevuld met grit, dit waren gemalen schelpen waaruit de kippenmaag de eierschalen produceerde. Wanneer het had geregend, stak ik wel eens een toss’n (graszode) waarin veel wormen zaten, een lekkernij voor de kippen..Een keer per week werd het nachthok schoongemaakt en uitgemest terwijl de leghokken van fris stro werden voorzien.
Ik noem al deze handelingen even om te benadrukken dat het zondagse eitje er niet zomaar kwam. Natuurlijk was de eieroogst met ongeveer tien kippen ruimschoots voldoende voor eigen gebruik, zo zelfs dat we eieren aan buren en collega’s van vader verkochten hetgeen een welkome aanvulling betekende voor het huishoudbudget.
Naast de kippen hadden we ook altijd een haan. Niet alleen zorgde hij voor nageslacht en hield hij de kippen in toom, hij was ook een goede wekker.
Na gedane arbeid was het na twee jaar met zijn heerschappij gedaan en werd hij geslacht waarna een van zijn mannelijke nakomelingen de regie in het kippenhok overnam… Dit klinkt wreed maar is een natuurlijk proces. De vrouwelijke kuikens hielden we, de jonge haantjes werden verkocht of na een paar weken door ons smakelijk genuttigd.
Dit lot ondergingen ook de oudere kippen die van de leg geraakten waardoor onze zondagsdis niet alleen bij feest en verjaardagen maar ook op gewone doordeweekse zondagen met heerlijke gebraden bouten en billen werd opgesierd.

Ook het slachten deed vader zelf. Hij had daar geen enkele bedenking tegen en ook ik heb nooit enig medeleven gevoeld met de slachtoffers… Het hoorde toen gewoon bij het dagelijks bestaan.
Vader had zich enige attributen verschaft waarmee het slachtritueel zo snel, pijnloos en schoon mogelijk afgehandeld kon worden. Daar was al eerste een bezemsteel met daaraan een krom gebogen stuk draad waarmee hij de uitverkoren kip pootje lichtte en zo tussen de anderen weg kon halen. Dan waren er een klein scherp bijltje, een hakblok, een emmer , oude kranten en een doosje lucifers. Wanneer vader gekleed in zijn blauwe fabrieksoverall de kip had gevangen, werd het dier met één hand bij de vleugels en poten vastgehouden. Vervolgens werd de nek op het hakblokje gelegd waarna vader met een welgemikte slag van het bijltje de kop van de romp scheidde. Hierna was het even oppassen geblazen want het kippenlijf ontwikkelde zonder kop een onverwachte kracht waarbij vader de grootste moeite had het in bedwang te houden. Het spartelende lijf werd met de bloedende nek naar beneden boven de emmer gehouden om uit te lekken waarna de laatste stuiptrekkingen plaatsvonden. Nu begon vader met het plukken der veren die ook in de emmer verdwenen. Uiteindelijk was er dan de naakte kip die echter nog diverse stoppels vertoonde. Hiervoor dienden de oude krant en de lucifers. De krant werd aangestoken en brandend langs het lichaam gehouden. Hierbij kwam een geur vrij die overeenkwam met die van verbrande haren.
Het buitenwerk was nu afgehandeld en nadat de inhoud van de emmer in het asvat (gemeentelijke vuilnisemmer) was gedeponeerd, zette zich de slacht in de keuken voort. De ingewanden werden verwijderd en de poten afgesneden. Vader was nu klaar met zijn aandeel en moeder kon beginnen met het gereedmaken van de lekkerste delen voor de braadpan….
De verdeling stond altijd van te voren vast. Moeder en ik kregen een bil, vader de rest. Dat mocht van mij want de rest zag er minder aantrekkelijk uit dan zo’n heerlijke bruin gebraden bil waar het vel nog omheen zat en ik had er meer dan genoeg aan.
Totdat ik het huis verliet vonden deze procedures regelmatig plaats en maar een keer ging het mis en nog wel met Kerst.
Of vaders aandacht even verslapte of dat hij een super sterke kip onder handen had, zullen we nooit weten, maar direct na het hakken, ontsnapte de kip uit zijn stevige greep, vloog zonder kop tot de hoogte van het slaapkamerraam, botste daar tegenaan, viel naar beneden maar kwam weer omhoog om over de schutting van de buren te verdwijnen. Vader en ik er achteraan. Vier huizen verder was de energie op en viel het onthoofde gevogelte op het tuinpad neer. De buurvrouw die toevallig in de tuin liep was hevig geschrokken maar blij verrast met zo’n onverwacht kerstgeschenk uit de hemel.
Nadat vader zijn excuus had aangeboden en de bloedresten van haar straatje had verwijderd, was het even later mijn beurt om de buurvrouw een doosje eieren aan te bieden voor de schrik en het ongemak. Hoewel ze goedig zei, “Och mien jong dat was nich nödig wes,” nam ze de gift gretig aan want het waren barre tijden….

                     


Ook op de kippen die het schouwspel met ingehouden adem hadden gevolgd, maakte het gebeuren een diepe indruk of zoals de dienstdoende haan het in zijn afscheidsrede uitdrukte; “Ons Hennie heeft zonder kop hoger gevlogen dan wij ooit zullen doen, ze ruste in vrede, de grote opperhaan hebbe haar ziel.” Waarna het gezelschap zich op de voerbak stortte..
Vader heeft het nog vaak moeten horen…
Hierna kwamen de diepgevroren haantjes in de handel en ik heb dan ook nooit de neiging gehad mijn vader als kippenslachter op te volgen. Hiermee kwam een eind aan een familieritueel dat terugging tot de oude Germanen…