HOMEPAGE

GEDICHTEN

VERHALEN

REÜNIE

NOSTALGIE

NIEUWS

 


 

 




 
  

Toen ik onlangs mijn kleinzoon van school haalde, zag ik hem ineens in de berm; de allemansgek. Weliswaar zag hij er afgeleefd uit, maar ik herkende hem meteen aan de stekelige bolletjes die in trosjes aan zijn reeds verdorde takken hingen. Voorzichtig maakte ik een paar bolletjes los die hierbij aan mijn vingers bleven haken.
Dat was lang geleden!
Wanneer we vroeger uit school kwamen plukten we die dingen en gooiden ze op de kleren van klasgenoten. Liefst op een plek waar het slachtoffer niet bij kon zodat hij er mee te koop bleef lopen totdat iemand hem er van verloste. Op zich was dit niet zo’n ramp maar wat het erger maakte was dat erbij werd gezongen; “Dr löp t’r één met ’n allemansgek, allemansgek, allemansgek.” Op de zelfde wijs als “Dr kan nog meer bie hop, hop, hop.” Hoe wolliger de kleding, hoe moeilijker de krengen er weer uit te krijgen waren. Bij de meiden gooiden we ze wel eens in het haar. Ze moesten er met de schaar worden uitgeknipt.
Ik maakte mijn nieuwsgierig geworden kleinzoon deelgenoot van de mogelijke grappen en grollen die mijn plantaardige vondst bood. Hij was meteen enthousiast en we plukten een groot aantal allemansgekken om de huisgenoten ermee te kunnen bekogelen. De reacties waren verdeeld maar er was vreemd genoeg niemand die mijn ervaringen van vroeger kon delen. Van de allemansgek als plant had men nog nooit gehoord. Dit verbaasde me zeer en dus was mijn door nostalgie gedreven belangstelling gewekt. Thuis gekomen dook ik meteen in het woordenboek en surfte heel het Google netwerk af maar tevergeefs. Als enige betekenis werd gegeven; “hij die slachtoffer is van zijn eigen goedheid”
Vertwijfeld mailde ik Mini en gelukkig wist zij meteen wat ik bedoelde en kende ze het versje ook nog. Dus hoefde ik niet aan mijn “goedwies” te twijfelen.
Het zal een naam zijn geweest die alleen in Enschede of misschien wel alleen in onze buurt werd gebruikt want wie ik van mijn leeftijdgenoten in Hengelo en Oldenzaal ook vroeg, ze kenden wel het hechtende knopje en de lol die je er vroeger mee had, maar dat het allemansgek moest heten? Na lang zoeken vond ik een afbeelding in een plantenboek waar onze stekelige vriend naar de mooie naam Arctium bleek te luisteren, in het Nederlands KLIT.
Nu is allemansgek al een omstreden naam, maar klit is op het eerste gehoor helemaal beladen temeer daar er sprake is van zowel een grote, een kleine en zelfs een donzige klit; of zoals wij latinisten zeggen; Arctium Lappa, Arctium Minus en Arctium Tomentosum. Maar goed, de plant heet nu eenmaal zo en wie zijn wij om daar moeilijk over te doen. Het exemplaar dat ik vond was van de kleine soort die ca. 70 tot 150 cm. hoog kan worden en paarse, stekelige bloempjes krijgt die uitdrogen tot allemansgekken.
De naam is ook wel verklaarbaar omdat de bolletjes ook wel klitten worden genoemd en dan herkennen we al gauw de zegswijze; een klit in het haar hebben.
Het is de manier van verspreiding van de plant. De bolletjes bevatten zaadjes en zijn voorzien van haren met weerhaakjes. Ze blijven bij dieren die er langs lopen aan de vacht hangen en komen zo een eind verwijderd van de moederplant in de natuur terecht. De wortels werden vroeger veel gegeten en tevens gebruikt als medicijn tegen diverse kwalen. Ik las dat uit  de klitwortel geperste olie een probaat
                   middel is tegen haaruitval, een  boodschap die voor mij helaas te laat komt.

              
Gebruiksklare Allemansgekken  

 




Articum Minus



Articum Minus



Weerhaakjes