MAARTNIEUWS  2021
 

 

 





HITS VAN TOEN...   


Muziek doet wonderen… voor elke gemoedstoestand, verdriet, vreugde, liefde enz. is er wel muziek geschreven. het brengt troost, beurt op, maar kan ook deprimeren. In Mini’s oude platenrekje zit van alles wat… Deze keer koos ze een hitje van toen om iets goed te maken..



Kijk, luister en zing mee bij NOSTALGIE



Heb jezelf een favoriet plaatje met dierbare of romantische herinneringen, geef het door aan Mini en we spelen het een volgende keer af…..




 

 





HOE HET PATHMOS AAN ZIJN NAAM KWAM...


Gerrit dook voor ons in het verleden van de wijk Pathmos ...

 


 

 

 





 

 





HOE HET PATHMOS AAN ZIJN NAAM KWAM 
  

Het begon allemaal in 1871. Helmich van Heek woonde met zijn gezin in een huis aan de Markt (nu café Aspen Valley ). Het was een hete zomer, er was slechts een kleine tuin en door alle industrie stonk het in de stad. Helmich besloot om een zomerhuis buiten de stad te kopen. Daarbij had hij zijn oog laten vallen op de ververij van Pieter ter Kuile, een bescheiden optrekje aan de Haaksbergerstraat bij een brug over een heldere beek. De koop werd gesloten en het huis met enkel een kamer , een keuken en een paar slaapkamertjes werd sober ingericht als zomerverblijf. Het huis lag voor die tijd ver buiten de stad. Op weg er naar toe zag men na de fabriek van Scholten links en rechts blekerijen. Dan was er de Aardappelkelder, een opslag plaats voor de aardappels van de boeren van het Veldkamp onder de grond met een toegangsdeur. Hier splitste zich de weg links naar de Chromhoffsbleek en verder naar de Broekheurne ( nu de Broekheurnerweg) Daarna lag er links aan de Haaksbergerstraat nog een rijtje afdakswoningen met een winkeltje.
Rechts lag de Janninksbleek en links de Chromhoffsbleek, grote grasvelden doorsneden met slootjes waar het linnen werd gebleekt. Achter het huis was het woest en ledig, Alleen heide, moeras en zandverstuivingen zover het oog reikte. Het gezin vond het er prachtig en van Heek keerde er na zijn drukke bezigheden in de stad terug voor z’n rust. Omdat het zo eenzaam en afgelegen lag, noemde hij het zijn Patmos. Hij bedoelde daarmee het Griekse eiland waar naar toe de prediker Johannes, ook wel Sint Jan genaamd door Romeinen was verbannen en waar hij, wonende in een grot in alle eenzaamheid het Bijbelboek “Openbaringen” schreef. Van Heek begon steeds meer van zijn Patmos te houden en wanneer er in de buurt grond te koop was tastte hij toe. Ook liet hij het huis uitbouwen voor wat meer comfort en er kwamen stallen voor vee en een boomgaard. Er werd een park aangelegd met struiken, bomen, slingerpaden en een eendenvijver waar op zondag wandelaars uit Enschede vrij toegang hadden. 

                   
                                                   uitsnede kaartje Gemeente Enschede 1923

De huidige Zuiderstraat, een zandpad, werd Pathmosweg genoemd. Toen Helmich in 1875 de villa de op de hoek van de Deurningerstraat en de Hengelosestraat liet bouwen( later Hervormd Rusthuis) waar een prachtige grote tuin bij was, ging men zomers niet meer wonen op het Patmos. De koetsier Jan Elshof werd er beheerder en boer en kreeg de bijnaam Jan Patmos. Een kamer bleef gereserveerd voor de familie van Heek die er toch nog regelmatig kwam.
De gemeente Enschede kreeg belangstelling voor het landgoed als plek voor de bouw van huizen voor arbeiders en in 1913 verkocht van Heek het hele spul voor een mooi rond bedrag van fl. 100.000,-- Het resultaat kennen we, een prachtige woonwijk. Het Eendenparkje is er nog en ook de villa op de foto die later dienst deed als onderkomen voor de woningbouwvereniging staat nog op dezelfde plek naast de Derde School met den Bijbel ( de Bron) maar is nu wit geschilderd.
Het is geen wonder dat de naam van de nieuwe wijk Pathmos werd en de R.K. kerk en de school naar Sint Jan werden vernoemd. Het Griekse eiland heet Patmos zonder h. Men fluistert dat van Heek die h ( van van Heek) er zelf tussen heeft gezet omdat men overal in de stad een vinger in de pap wilde en de oorsprong van de mooie wijk niet vergeten zou worden.
Of het werkelijk zo was???


 

 





 

 

 

 

 

 




 






RECLAME VAN EEN ECHT ENSCHEDEES BEDRIJF


Het werd begin dertiger jaren opgericht als Enschedese Chemotechnische Handelsonderneming met de fabriek aan de Industriestraat en het kantoor aan de Wooldriksweg.. In 1937 veranderde men de naam in ECHFA ( Enschedese Chemische fabriek)
Er werden reinigingsmiddelen en producten voor de persoonlijke hygiëne gemaakt waarvan enkele producten grote bekendheid kregen.. In 1950 betrok men de nieuwe fabriek aan de H. ter Kuilestraat bij de haven aan de spoorlijn naar Boekelo.
Echfa is in de loop der jaren diverse keren overgenomen door grote internationale bedrijven zoals; Zwanenburg Organon, AKZO (toen heette het Otares), Johnson Wax en nu heet het Diversey…Bekend werden Echfalon voor de witte wol en Biotex. Maar ook huismiddeltjes als shampoos en badpoeder tegen zweetvoeten…
Tegenwoordig legt men zich hoofzakelijk toe op reinigingsmiddelen en wasproducten voor industrieel gebruik. Er werken 175 mensen en dagelijks vertrekken zo’n 25 vrachtwagens vol met goederen voor heel Europa…
In 1951 kwam Echfa in het nieuws door een grote brand. De dader bleek een 21 jarige medewerker die door de mand viel toen hij ook het huis van zijn  ouders aan de Frederikastraat  schuin tegenover Gerrits ouderlijk huis in de fik had gestoken.
Gerrit herinnert zich nog de grote commotie in de straat…


 




        



        



 

 








TERUG NAAR WORKUM



Hans Scholte in ‘t Hoff stuurde ons een paar aardige foto’s van toen hij alweer een tijdje geleden met zijn gezin een bezoekje bracht aan Workum om te zien wat hij zich nog van ons schoolreisje herinnerde en hoe het er nu uitzag…. Veel van onze klasgenoten hebben dat trouwens gedaan.
Hans was ondergebracht bij Bakkerij de Vries… Zonder veel moeite was de bakkerij nog op dezelfde plek terug te vinden. Natuurlijk ging Hans even naar binnen en trof daar de zoon die de bakkerij had overgenomen, een man van onze leeftijd die zeer verrast was Hans te zien. Hij vertelde dat toen Hans in de bakkerij logeerde, hij in Enschede was. Dus een echte uitruiler. Hans had gehoopt op een ontmoeting met de oude bakker of zijn vrouw. Maar de zoon vertelde dat zijn vader helaas was overleden en zijn moeder deed op dat moment haar middagslaapje……
Hans heeft het er  verder maar bij gelaten…..
 





 


 





 

 

Het verhaal bracht ook Gerrit naar die tijd en een bakkerij terug….
Hij had extra geld meegekregen om voor zijn moeder, een echte Friezin, een half pond “ Fryskedùmkes” mee terug te nemen wat hij als gehoorzaam jongetje natuurlijk deed. Gerrit vond ze niet zo lekker maar moeder was er blij mee….
Hij weet niet meer bij welke bakker hij deze speciale koekjes kocht want er waren meer bakkers in Workum…. Maar op de website van bakker de Vries vond hij wel een reclameboodschap over de dùmkes dus het kan best zijn dat ze daar vandaan kwamen…..
Lees maar even mee…
                          
                    
                                               


 
Fryskedúmkes zijn echte Friese koekjes voor bij de koffie of thee of voor zomaar even een lekker koekje tussen door. De specifieke smaak van de fryskedúmkes komt door de hele anijs in de dúmkes. Door de hazelnootstukjes en amandelschaafsel in de dúmkes is het een heerlijk koekje.
De naam ontleent het dúmke aan de ambachtelijke manier van maken. Er zijn verschillende verklaringen voor de naam dúmke. De bakker sneed van een lange platte reep deeg ter grootte van een duim de grootte van de dúmkes, dus hoe groter de duim hoe groter het koekje. Een andere verklaring is dat het dúmke op een duim lijkt. Naast fryskedúmkes maakt de Vries Banket ook andere koekjes. Seizoensgebonden koekjes  zoals speculaas en amandelkransen. Het gehele jaar door op bestelling jodekoeken, gevulde koeken en gevulde speculaas pompebledjes.



          
 

 






UIT EEN OUD FOTOALBUM VAN MINI'S OUDERS


 


























 






FIETSTOCHTJE  


Op de pedalen over schone Twentse wegen
Zo'n uitstapje kwam vaak niet ongelegen
Op de kiek mijn ouders, en zoals je ziet
waren ze ergens in het buitengebied



Vader heeft de trip zorgvuldig uitgedacht
en uiteraard zijn fototoestel meegebracht
Geborgen in de tas aan moeders stuur
hij is er zuinig op, zo’n knipding is best duur



Toch, hoe vaak 'k die foto’s ook bekijk
er is iets dat 'k niet helemaal begrijp
Hoe kreeg vader ’t waarlijk voor mekaar
om zonder statief met die oude camera
een plaatje knippen en er zelf ook op staan



Misschien waren ze niet alleen die twee,
en was er "voor de goede vorm",
een chaperonne mee…




 



Foto's omstreeks 1938

 




 

 





BROEKHEURNERWEG 1958


Mini’s oude buurjongen Jaap Kootstra van de zaadhandel aan de Broekheurnerweg waarvan we al eerder wat oude foto’s kregen, stuurde Mini enkele opnamen van het bouwrijp maken van een ons bekend terrein voor de nieuwe wijk Boswinkel in 1958.
De fraaie foto die wij hier afdrukken is voor ons bijzonder omdat  het plaatje uitzicht biedt op een stukje Broekheurnerweg (nu Weth. Gerbertstraat) dat voor de klasgenoten die aan de Broekheurner kant van de Haaksbergerstraat woonden zeer herkenbaar is.
Het terrein waar wordt gewerkt was toen nog een laag gelegen open stuk land dat vaak onder water stond en in de winter wel als ijsbaan werd gebruikt. Café de Sport (de Vos) deed dan dienst als koek en zopie( lees jenever en harde worst). Rechts naast de beide woonblokken in de verte is nog niet gebouwd, hier zou later het cafetaria van Piet Jansen komen…Op de plek waar de graafmachine bezig is,verrezen het Geert de Leeuwhuis en bungalows.. Maar het mooiste voor ons clubje is wel dat het ouderlijk huis van Ria er op staat het is als ik het goed heb, het tweede huis in het rechtse blok.
Gaan we verder naar links zien we de open ruimte waar de Londenstraat zou komen.
Dan het grotere huis helemaal links….Volgens mij zat rechts een kleine kruidenierswinkel, ik meen Golbach? (als ik het fout heb moet Ria het me maar verbeteren) en links het poeliersbedrijf van Reuvers ( Voor haas, kip, kalkoen of konijn, moet je bij Reuvers zijn).

We hebben nog een paar foto’s van Jaap die herinneringen oproepen en die we een volgende keer zullen laten zien…
Jaap bedankt.


 











 

 





TIENERKAMER


Na onze oproep om leuke jeugdfoto’s of verhalen voor ons maandelijkse Oald Ni’js belde Herma met de mededeling dat ze nog ergens in haar archief (oude schoendoos)een foto van haar tienerkamer moest hebben waarop ze afgebeeld stond met een levensgrote Cliff Richard.
Natuurlijk was ik meteen enthousiast want een foto van Herma vervult mij altijd met vreugde en onze tienerkamers met de uit tijdschriften geknipte plaatjes van onze toenmalige idolen aan de muur en andere snuisterijen zijn echt een leuk onderwerp voor een artikeltje…
Een uurtje later kwam Herma’s wat onduidelijke foto via de mail bij mij binnen en hoewel mijn eerste gretige blikken zich op de nog ontluikende Herma richtten die mij, puistige puber, destijds het hoofd zo op hol had gebracht, constateerde ik meteen daarna dat het niet een transgendere Cliff Richard was waar Herma met bewondering naar opkijkt maar niemand minder dan Brigitte Bardot, rolmodel en voorbeeld voor veel meisjes en jonge vrouwen en lustobject voor het andere geslacht.
Misschien kennen we het liedje nog…

“Brigitte Bardot Bardot,
die heeft ze niet zo maar zóóóóóó,
zie ik haar foto aan de muur
dan ben ik totaal overstuur!”


BB was in die tijd een fenomeen en haar foto’s sierden menige tienerkamer.


Die op Herma’s kamer is een van de bekendste en was levensgroot te krijgen als een rol behang of kartonnen poster.
Ik weet het zo goed omdat ik er zelf ook een op mijn kamer had…. wel een gebruikte en afgedankte en enigszins geschonden BB die ik gratis kreeg van een vriendin van mijn moeder die bij een bioscoop schoonmaakte. Het was een kartonnen uitgesneden exemplaar met standaard dat voordat een film begon bij de kassa stond om het publiek te lokken. Mijn moeders vriendin vertelde dat er veel jongens met die BB op de foto wilden en dat ze haar voordat de voorstelling was afgelopen weghaalden omdat fans probeerden haar mee te pikken.
Even gemakkelijk als ik aan mijn BB was gekomen raakte ik haar ook weer kwijt. Een op het oog leuk meisje haalde me over BB aan haar af te staan voor een kus… Daar had ik wel lippen naar want ik hoopte op een romantisch vervolg.. Helaas bleef het bij die ene en liet ze via een vriendin weten verder geen relatie met mij te willen…
Ze had de buit binnen en ik was er weer eens ingetrapt….
Doch dit terzijde….
Keren we terug naar de prille schoonheid van Herma die nog eens extra wordt geaccentueerd door haar feestelijke, flatteus gestreepte jurkje. Ik vermoed dan ook dat ze haar verjaardag vierde en BB een van de cadeaus was.  “Apart” zou Herma zelf zeggen want niet streepjes maar juist de jurkjes en rokjes met Bardot blokjes, in zwart wit of rood wit waren in de mode…( foto)

Bedankt Herma voor je foto die weer “Sweet memories”  wakker roept maar ons ook wijst op wat de Duitsers zingen.. ”Schön war die Jugendzeit sie kommt nie mehr.”



 










 








 

 





 LAPJESMARKT



Hoe Gerrits vader het lapte om ruimer in de slappe was te komen zitten…



 

 

 

 





 

 





De dinsdagmarkt die vroeger op het oude van Heekplein en het aangrenzende Windbrugplein werd gehouden, heette ook wel “Lapjesmarkt” omdat er buiten etenswaren ook kleding, lappen stof, breiwol enz. werden verkocht in een tijd dat men nog veel kleding zelf maakte, vermaakte en verstelde. Op deze fraaie foto uit de jaren dertig zien we de lapjesmarkt met op de achtergrond de oude Bloemendaalschool die stond op de plek waar nu Scapino gevestigd is…
Die lapjes doen me weer denken aan een bijverdienste van vader tijdens mijn kinderjaren.
Vader werkte bij een kleine textielfabriek waar hij in de oorlog als nachtwaker was aangesteld.
Omdat er zich ‘s nachts rond de fabriek nog al eens handelingen voltrokken waar de Duitsers beter geen weet van konden hebben, was het extra goed opletten en zo wist vader door een onverwachte Duitse patrouille enige minuten aan de praat te houden er voor te zorgen dat een van de directieleden en zijn vrienden veilig weg konden komen. Dit leverde vader een vertrouwenspositie op waarvan hij na de oorlog profiteerde door er een leuke baan aan over te houden waarbij het gevrijwaard was van het eentonige werk aan de machines… Hij was een soort bode en klusjesman die het geld voor de lonen wekelijks van de bank haalde of gasten van het bedrijf van het station. Dat hield tevens in dat hij ook op zondag even naar de fabriek moest om de grote kachels met een paar scheppen kolen aan de praat te houden. Ik ben vaak als kind op zondag mee geweest. Ook hebben we een keer bij een verhuizing geholpen, ik was toen een jaar of twaalf. De herinneringen daaraan zijn vaag maar wat ik nog wel als de dag van gisteren weet, is dat ik daar mijn eerste broodje met rosbief kreeg. De deftige mevrouw die het me aanreikte en aan mijn gezicht kon zien dat het voor mij een volkomen nieuw fenomeen was, zei geruststellend dat er een beetje peper en zout en een likje mosterd opzat voor de smaak. Het was heerlijk en ik had graag een tweede broodje gehad maar dat zat er blijkbaar niet aan. Kaas en ham waren er echter voldoende…
Vader hield aan zijn baantje nog een privilege over en dat was dat hij eerste keus had bij de halfjaarlijkse verkoop van restanten of lappen stof met een weeffoutje. Zo kon hij de mooiste stukken uitzoeken waarbij hij in vergelijking met zijn collega’s een schijntje betaalde…
De dag dat vader met zo’n grote zak lappen thuis kwam, betekende een prettige drukte in ons gezin.
De oogst werd in de bijkeuken uitgestald en natuurlijk had moeder eerste keus. Daarna werd er gesorteerd op grote en kwaliteit en bepaalde vader wat ze moesten kosten.
De volgende dag maakte moeder aan de buurvrouwen en vriendinnen bekend dat vader weer mooi spul tegen lage prijs op de kop had getikt en dat er die avond kon worden gekeken en gekocht.
Er werd na vaders thuiskomst uit de fabriek snel gegeten waarna hij zich van zijn werkkloffie ontdeed,zich scheerde en nette kleren aantrok terwijl moeder een schone witte schort voordeed en alvast koffie zette. Tegen zevenen verschenen de eerste kooplustige dames en ging de handel van start. Vader ontpopte zich als een ware marktkoopman waarbij hij niet alleen zijn lapjes aanprees maar ook de dames wist te overtuigen van de kleur die hen prachtig zou staan of slanker zou maken…..
Ook als de koop gesloten was en er moest worden afgerekend, toonde hij zijn koopmanschap door wanneer hij en moeder alleen met de klant een kopje koffie dronken haar een gulden terug te geven zodat ze de indruk kreeg een voorkeursbehandeling te krijgen. Eerlijk gezegd schaamde ik me er altijd een beetje voor, wat er wel toe zal hebben geleid dat ik volkomen ongeschikt ben als koopman. Ik geef het nog eerder weg dan dat ik iemand een poot uit zou trekken.
Moeder was meer een breister dan dat ze zelf haar jurken of rokken kon naaien, maar daar hadden we een buurvrouw om de hoek voor waarbij we ook het geluk hadden dat haar man op de markt stond met kleding enz. en aan wie vader de onverkochte lappen voor een zacht prijsje overdeed.
Het was in die schrale tijd een leuk zakcentje waarvan we iets extra’s konden doen.
Ach ja… Zo kwam splinter door de winter……



 

 





 

 

 

 

 






WAS......


Op het raadseltje van Gönning wat Was was, kwam geen enkele reactie.
Kennelijk is het bij niemand blijven hangen en daarom maar even een opfrissertje….
Gönning leerde ons dat de uitkomst 'RAAT' is, een bouwsel van zeshoekige cellen van een wasachtig goedje dat geheel door de honingbijen (werksters) zelf wordt geproduceerd.  
Wij kennen het als bijenwas.




Een raat bestaat uit zeshoekige cellen en bevindt zich in een bijenkast, -korf of -nest. Het zijn de werkbijen (niet de darren of de koningin) die de cellen vormen, dat doen ze met hun bovenkaken en poten en onderhouden deze zorgvuldig. De afmetingen van een cel in een honingraat variëren tussen 2 en 5 cm.
De traditionele boenwas bestaat uit bijenwas dat opgelost wordt in terpentijn of verzeepte bijenwas.
Later werd het door andere verwerkingen aangepast, bijv. door toevoeging van carnaubawas (geelbruine was uit de bladeren van de carnaubapalm) om de boenwas slijtvaster te maken en de vervanging van terpentijn door het goedkopere terpentine.


 


Bijenwas werd/wordt voor vele doeleinden gebruikt, van kaarsen tot boenwas, tot glansmiddel voor drop.
We herinneren ons vast de boenwas nog die onze moeders vroeger gebruikten voor glanzende meubels  en vloeren. Bij de grote schoonmaak werd bij ons ook het zeil in woon- en slaapkamers gewreven en ik hoor nog de waarschuwing van moeder; “Pas op voor het matje, GLIJ NIET UIT..........!!!”






 

 





ALLEMAAL OP NAAR ALMELO OF OLDENZAAL...



                  >




 

 





UITSLAG RAADPLAATJE FEBRUARI


Dit fraaie gebouw moet natuurlijk de
VOLKSPARKSCHOOL zijn

Het schoolgebouw is gelegen aan de Borstelweg 29 en is net als onze Stevenfenneschool  een gemeentelijk monument.
De school heette aanvankelijk “1e Openbare Lagere School” en het ontwerp van het gebouw afkomstig van de Dienst Gemeentewerken Enschede. In 1940 werd de naam gewijzigd in “Volksparkschool”.
Tijdens de tweede wereldoorlog is de school tijdelijk in gebruik geweest bij de Duitse Weermacht. In 1960 werd het lager onderwijs overgebracht naar de Poolmansweg en werd de school toegewezen aan het LOM onderwijs. Op 1 augustus 1970 werd de school definitief opgeheven en het gebouw is sindsdien door de gemeente Enschede in bruikleen afgestaan aan de stichting “Open Ateliers De Werkhaven” in afwachting van een nadere bestemming.

   




Er werd weer massaal door jullie gereageerd en bijna iedereen had het goed.
We moesten dus weer loten...



De winnares krijgt een pot echte Twentse boerenjongens die haar, wanneer nodig, in deze zware tijden troost kunnen bieden.







 






Volksparkschool ca. 1983...


 

 






 




BOMMELASEI!


Het is lente en de paasdagen staan voor de deur… Tijd voor de paaseieren.. Niet alleen om er zoveel mogelijk van naar binnen te werken maar ook om ze te beschilderen.
Zelf ondernamen we als kind al verwoede pogingen om er een kunstwerkje van te maken en later met onze kinderen en kleinkinderen ook maar veel meer dan een paar lachende of boze gezichtjes en door elkaar lopende kleuren kwamen we niet.
Daarom kijken we vol bewondering naar de prachtig beschilderde eieren van kunstenaars die zich erop hebben gespecialiseerd zoals de schilderes Wil Smit – Vink. Tot onze grote verrassing troffen we tussen haar miniaturen een ei aan met het ons zo bekende boerderijtje “de Bommelas” in Buurse.


Gerrit maakte er een rijmpje bij;




De schilderes heeft nooit gedacht
aan hoeveel vreugde zij ons bracht
met dit zo dierbaar boerderijtje
in alle eenvoud op een eitje….










 


 



 

 

 


WIE RAADT DE PLAAT.....

 


We eindigen zoal gewoonlijk weer met een nieuw raadplaatje.

Deze Tabakorie zit op een prominente plek dicht bij een zware erfenis uit een ver verleden.
We zijn er allemaal wel eens geweest want het was in onze kindertijd het dichtstbijzijnde kantoor van een toen groot en machtig staatsbedrijf dat we allemaal nodig hadden.



Bel of mail de oplossing door aan Mini en maak kans op een leuke prijs…


 
 











 

 





                                                    





 

 

 

TOP

HOMEPAGE