MEINIEUWS  2013
 

 

 



BOERTJE BULT

Kwam je langs de Weth. Nijhuisstraat, was je bang voor de stier.
Kwam je via het Bornebroeksweggetje dan vreesde je de boer of misschien wel de combinatie van beide.            

Lees het onder  “NOSTALGIE



 



USSELER HALTE


Van en naar Enschede liepen er in onze jeugd diverse spoorlijnen. Natuurlijk het dubbele spoor via Hengelo naar de rest van de wereld maar je kon ook via station Lonneker naar Oldenzaal, via Glanerbrug naar Losser, Glane en Gronau. In onze omgeving voerde de kolenlijn van Station Zuid langs de Buurserstraat, door het Smalenbroek en via station Broekheurne naar Ahaus. De rails zijn verdwenen maar er zijn nog sporen in het landschap te vinden en het Broekheurner stationnetje is nog te vinden aan de Arendsweg en dient als woonhuis. (zie foto)

Nog dichter bij lag de USSELER HALTE een ministationnetje aan het lijntje van Enschede naar Boekelo. Het spoor liep vanaf station Enschede Noord via het terrein van Rigtersbleek door het Bouwhuistunneltje en waar nu de Westerwal loopt naar de Geerdinkzijdeweg waar de halte lag en daarna verder naar Boekelo.

Wat wij niet meer hebben meegemaakt is dat al deze oude lijntjes tot in de jaren dertig van de vorige eeuw personen vervoerden.
De HALTE USSELO nr. 19 was dus een in en uitstapplaats voor de bewoners en bezoekers van Usselo en omgeving. Het treintje dat in de volksmond “pingel-Anton” werd genoemd, stopte op verzoek. Van hieruit kon je met de GOLS naar Boekelo, Neede, Ruurlo en Doetinchem of Winterswijk en omgekeerd via Enschede naar Oldenzaal.
             
De halte heeft gefungeerd van 1886 tot 1932 daarna verloor de trein de concurrentieslag met de busdiensten. Het witte wachtgebouwtje werd in 1933 afgebroken en het spoor werd alleen nog gebruikt voor goederenvervoer. Ook hieraan kwam een eind en in 1977 werd de lijn bij de aanleg van de N35 opgebroken. Tot voor een paar jaar stonden er op de plek van de Usseler Halte ter herinnering nog twee andreaskruizen en een naambord. De naam leeft voort in een straat op het nabijgelegen industrieterrein.
                                                                           
Gerrit heeft aan de naam Usseler Halte een andere en diepere bestemming gegeven. 

 Lees het bij GEDICHTEN

 



POËZIE UIT HET ALBUM VAN RIA

We sluiten de versjesreeks uit het poëziealbum van Ria af met nog drie diepe zielenroerselen van onze klasgenootjes.
Geri betuigt met haar laatste druppel inkt haar diepe vriendschapsgevoelens, Willi vraagt zich af of ze wel een pagina mag vullen, maar doet het toch terwijl Ria nog net op tijd de laatste kans grijpt en met een speciaal hiervoor bestemd rijmpje de laatste bladzijde van het album volschrijft

 











 

 



 



DE BRANDARIS

Patat haalden we bij blinde Dries, maar ook voor een haring of een gebakken visje kon je in de buurt terecht. Visboer Jan Oldenhof durfde het aan tijdens de oorlog in 1942 een permanente viskraam te starten die hij vernoemde naar de verzetsradiozender “de Brandaris”.

De houten keet heeft inmiddels plaats gemaakt voor goedlopende lopend winkels aan de Brouwerijstraat en in het winkelcentrum Stadsveld.

Maar waar stond vroeger die oude houten Brandaris?

Mail het naar;   info@stefenfen.nl

 

 



GEBOUW MET RIETEN DAK

We zijn eruit! Jenny kwam met de oplossing.
Het huis met het rieten dak waarvoor wij en de klas uit Workum poseerden, is het theehuis van;
“DE ELF PROVICIËN”, de voorganger van het huidige AVONTURENPARK HELLENDOORN.
Het was in onze kindertijd een geliefd plekje voor schoolreisjes. De toegang was maar 12 cent en consumpties waren niet verplicht.
Toen wij er waren was er een voetbalveld, een bescheiden speeltuin en als topattractie een doolhof. Een paar jaar later kwam de sprookjestuin die nieuwe tijden inluidde waarin het complex uitgroeide tot een nationaal bekend pretpark.

Blijft de vraag; Waar was nu die leemkuil of witte wievenkoel waarin wij ons vermaakten?
Ook in Hellendoorn of toch in Lochem?
 

 



SCHEER’NSLIEP

Zelfs in de Frederikastraat verscheen een of twee keer per jaar de scharensliep. Meestal waren het twee donker getinte mannen maar ook wel eens een kinderrijk gezin met een op een bakfiets gemonteerde slijpinstallatie. Via een plank die met de voet op en neer kon worden bewogen, werd een groot rad in beweging gezet dat op zijn beurt weer een as liet draaien waarop diverse slijpstenen met grove of fijne korrel waren aangebracht.
Het verhaal ging dat het ruw volk van het kamp was dat er niet voor terugdeinsde je te bestelen.
Zo had een rijke dame ooit de messen van haar 48-delig zilveren bestek aan een scharenslijper toevertrouwd. Omdat hij zo’n grote opdracht niet eventjes op straat kon afwerken, nam hij de messen mee naar zijn “werkplaats”. De volgende dag zou hij ze tegen een vriendenprijsje en messcherp geslepen thuisbezorgen. …………. De dame heeft noch de scharensliep noch haar zilver teruggezien.
Ook moest je de heren nooit achterom laten komen. Ze verkenden je huis en bezittingen om later als inbreker terug te keren.
Men was dus gewaarschuwd!
Of die verhalen allemaal op waarheid berustten, is de vraag. Het had meer te maken met de geijkte vooroordelen die in onze jeugd nog scherper golden als nu.
Ik weet nog wel dat de in rood met geel geverfde kar altijd veel bekijks en klandizie trok.
Moeder liet als het nodig was voor een kwartje twee scharen en een groot keukenmes slijpen.
Onze buurman had ook een slijpsteen. Het was een zware ronde stenen schijf met een zwengel die door een bak met water draaide. Deze was echter te grof voor het keukengereedschap maar vader sleep er wel zijn bats(schop) en bijltje op waarbij ik mocht zwengelen. Een zwaar karweitje!
Dat het beroep van scharensliep uitermate geschikt was voor vrije jongens, kunnen we opmaken uit een lied dat we op school leerden. Hierin schept zo’n vrijbuiter op over zijn vrije leventje en het vele geld dat hij er, vergeleken met andere vaklieden, mee verdient. Jujujujujujujujuju………….
Overigens kende Enschede naast al die zwervende gelegenheidsslijpers ook een plaatselijke scharensliep, namelijk; L. van de Woude die we hier op een oude foto met zijn zoon en door een hond getrokken “scheer’nsliep” in de Laares zien afgebeeld.

Kijk voor het slijperslied bij NOSTALGIE

 

 



 

 
                                KERKJE

 

Slechts twee klasgenoten herkenden het gebouwtje op de oude ansichtkaart als het kerkje op de hoek van de B.W. ter Kuilestraat en de Zweringweg dat er nog altijd staat.
Het werd in 1937 door de Baptisten in gebruik genomen maar dient nu als woonhuis.







 

 



   
                                    KERK




Nu we het toch over kerken hebben.
Wie weet waar de grote kerk op deze ansichtkaart in onze buurt staat of heeft gestaan?



Mail de oplossing naar: info@stefenfen.nl



 
 

 


                                               
                                                      RAAMBILJET EN ALPINOPET!


 
                                          Lees een herinnering van Gerrit bij VERHALEN


 

 

TOP

HOMEPAGE