* Hygiënische controle hoofd, handen, nagels

De meeste klasgenoten zullen het zich nog wel herinneren.
Voor de jaarlijkse hygiëne op school kwam bij ons ook iemand van de
afdeling Jeugdgezondheidszorg van de G.G.D. langs, om onze lichaamshygiëne te peilen en aan de kaak te stellen.
Bij ons was dat zuster Nijenhuis, een al wat oudere zuster. Ze kwam op een solex en ze droeg altijd een zwart verpleegstersuniform. Ze controleerde je op allerlei ongerechtigheden, ze inspecteerde je handen of ze wel schoon waren en of je nagels geen rouwrandjes vertoonden.

                   
                        Dit zijn de nagels van Gerrit voordat hygiënische controle plaatsvond!! 

* Hoofdluis
Ook werden onze hoofden gecontroleerd op hoofdluis.
Als ze “beestjes” tussen je haren zag wandelen en  misschien ook een paar neten zich op je hoofdhuid hadden vastgeklemd, dan kreeg je een briefje mee voor moeder met allerlei instructies hoe ze de luizenbende diende aan te pakken. Ze moest dan een bepaalde lotion bij de drogist kopen waarmee haren en hoofdhuid behandeld moest te worden en daarbij ook een stofkam om vluchtend ongedierte zoveel mogelijk te grazen te nemen. Na een week moest de procedure worden herhaald zodat de alsnog uitgekomen neten eveneens het loodje hadden gelegd.
Ik weet nog vrij goed hoe het ging, want ook bij mij waren er “pietjes” geconstateerd die ik waarschijnlijk in de warme zomervakantie op het platte land had opgelopen, waar ik enkele weken
bij kennissen van onze ouders had doorgebracht, samen met m'n zus

 
* Spuitjes en kruisjes
Ook werden in de loop van onze schooljaren door Jeugd Gezondheidszorg van de G.G.D., naalden in onze armen gestoken teneinde ons te behoeden voor allerlei nare ziektes als difterie, kinkhoest, tetanus, pokken, enz. Niet alleen werden inentingen toegediend, ook werden er kruisjes of krasjes
gezet op de binnenkant van je onderarm. Dat was toen het Mantoux onderzoek om te kijken of je eventueel TBC had. De week erop kwam de verpleegkundige terug en werd gekeken of de krasjes ook opgelopen waren en zich bultjes gevormd hadden. Dan was het niet goed.
Wat ik me nog kan herinneren is dat er een soort kroontjespen gebruikt werd om de kruisjes aan te brengen.

* Schooltandarts

Over een loszittende tand in ons melkgebit werd
vroeger bij ons thuis  niet moeilijk gedaan.
Bij mijn zussen en mij  paste
vader de TFA  techniek toe (trek floep au). Daartoe bond hij een stuk naaigaren om je wiebeltand en met een korte maar krachtige ruk aan het draad trok hij de tand zomaar uit je mond. Het kleinood stopte je 's avonds onder je hoofdkussen, want niet zelden leverde dat nog een aardige beloning op, in de vorm van een dubbeltje.

Natuurlijk werd ook op school aandacht besteed aan ons gebit.
De schooltandarts kwam eens per jaar. Hiertoe werd het kleine kamertje van Buma, achter de grote glazen vitrine met de opgezette dieren, als behandelkamer ingericht, compleet met martelaarstoel en geniepige folterwerktuigen.
Op de dag dat jouw klas aan de beurt was, zat je de hele tijd in opperste zenuwen lijdelijk te wachten tot je naam genoemd werd en je je naar “het kamertje”moest begeven. Je moest plaatsnemen in die door iedereen zo gehate stoel en je moest je mond wijd opensperren zoals een jong vogeltje dat doet wanneer die van z’n moeder wat lekkers krijgt. Maar de tandarts
was niet gul met lekkers, hij keek in je mond en hanteerde de tandartshaak met het spiegeltje en pulkte hier en daar wat aan je kiezen. Niet zelden haalde hij er wat halfverteerde etensresten uit, die er kennelijk in waren blijven hangen bij een laatst genuttigde maaltijd of tussendoortje. (Tandenpoetsen was toen nog geen prioriteit bij ons thuis en dat heb ik in de loop van mijn verdere leven tot mijn eigen schade en schande ervaren).
Maar met een beetje geluk waren er geen gaatjes geconstateerd en bleef het alleen bij wat gepulk hier en daar. Met een zucht van opluchting mocht je dan de stoel en het kamertje verlaten en met een gemene grijns verkondigde je vervolgens de naam van het volgende slachtoffer, die zich dan vol angst en beven naar het martelkamertje begaf. Maar meestal had je pech……dan moest er dus wel bij je geboord worden en angstvallig hield je alle de handelingen van de beul in de gaten. Het doordringende snerpende geluid van de boor die door merg en been ging, water dat gelijk met de boor door je mond gespoten werd, het niet kunnen wegslikken en dan de pijn die we allemaal vast wel kennen. Stijf van de zenuwen en angst - je ogen wijd open gesperd - zat je in die stoel naar het patroon in het plafond te staren. Totdat het moment kwam dat het “gaatje” gevuld moest worden. Je ontspande enigszins en slaakte een diepe zucht want je wist dat dit de laatste handeling was, die verder geen pijn deed. Daarna mocht je uit de stoel en dan snel terug naar de klas.  Het volgende slachtoffer mag komen opdraven......! 

* Schoolarts

De algemene gezondheid van kinderen op de lagere scholen werd vroeger - net zoals heden nog steeds het geval is - goed in de gaten gehouden in de zes basisjaren.
Er werd o.a. aandacht besteed aan:
- lengte en gewicht;
- mond- en keelgebied, spraak;
- hart, longen en buikorganen;
- houding en motoriek.

Bij dit onderzoek werd ook altijd één van de ouders uitgenodigd. Meestal kwam je moeder mee.
Er werd niet alleen gelet op eventuele lichamelijke klachten maar er werd ook geïnformeerd naar het algehele functioneren o.a. op school en thuis. Tevens kon sportadvisering aan bod komen.
Onze ouders konden ook terecht met vragen over gezondheid- en opvoedkundige zaken.
Naast de controle van het gehoor en gezichtsvermogen, lengte en gewicht, werd er ook gelet op de houding, leefgewoonte, hygiëne, verstandelijke en sociale ontwikkeling.
In onze jeugd kwam het ook vaak voor dat ouders werden geadviseerd hun bleekneusje naar een vakantieoord te sturen. Dat advies gaf men als er bijv. gezondheidsklachten waren of als het kind niet sterk genoeg was, maar ook wanneer het lichaamsgewicht te veel onder de maat bleef.
Ik was ook zo’n schriel geval die zes weken in zo’n tehuis heeft doorgebracht in Bergen aan Zee. Tegenwoordig is dit niet meer denkbaar. Biovakantieoorden en soortgelijke vakantiehuizen behoren tot de verledentijd. Gezonde voeding en leefstijl zijn de ultieme voorwaarden voor een goed functioneren van
lichaam en geest en we dienen het in goede conditie te houden!