SEPTEMBERNIEUWS  2020
 

 

 





VERZOEKNUMMER...


Op onze oproep om jullie favoriete muziek van vroeger of nu door te geven zodat we er allemaal van mee kunnen genieten, kwam helaas geen enkele reactie.
Om de begrijpelijke schroom weg te nemen moest er dan maar eerst één schaap over de dam en dat is Mini. Hopelijk volgen er meer…oude hits luisteren, doet herinneringen opwellen en oude tijden met de nodige avonturen herleven.
Mini laat ons haar allereerste aangeschafte singeltje horen…..
Het was een hit van een bekende zangeres in 1963 die we allemaal nog wel kennen.


Luister en zing mee bij  
"NOSTALGIE"



 

 





UIT EIGEN WERK.. 
 
Gerrit vertelt over een gebeurtenis uit de Tachtig Jarige Oorlog toen tussen 1580-1591 Enschede werd bezet door Spaanse soldaten.....

 




  

 

 





DE HINDERLAAG   BIJ BOEKELO   
                                  

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) hadden de Twentse stadjes, dorpen en het boerenland zwaar te lijden. Zowel de Spaanse legers als de legers van Oranje (Staatsleger) maakten zich schuldig aan plundering en uitbuiting. De legers bestonden niet uit vaderlandslievende Spanjaarden of Nederlanders maar uit een bij elkaar geharkt zooitje huurlingen die vochten zolang ze maar werden betaald. Maar beide legers kenden tijden van geldgebrek en dan werd om muiterij of het overlopen naar de vijand te voorkomen toestemming gegeven voor rooftochten. Geld, sierraden, paarden, slachtvee en levensmiddelen, niets was veilig waarbij verkrachting, moord en brandstichting geen uitzondering waren. De ergste periode was tussen 1580 en 1591 toen Enschede werd bezet door een 300 soldaten in Spaanse dienst onder leiding van de barbaarse, Italiaanse ritmeester Mendo.
Enschede kende nauwelijks 1500 inwoners die voor kost en inwoning moesten zorgen hetgeen een te zware last was vandaar dat men er regelmatig op uit trok om te roven en op beestachtige wijze tekeer te gaan.. Dat werd nog erger toen prins Maurits de handelssteden Zutphen en Deventer op de Spanjaarden veroverde en bevoorrading van Enschede nog nauwelijks plaatsvond.
Joachim Hendriks een Staats officier die bij de verovering van Deventer was betrokken, hoorde hiervan en vatte een plan op om de Spaanse terreur in Twente een slag toe te brengen. Hendriks, bijgenaamd “Swartenhondt” omdat het Amsterdamse huis waarin hij was geboren zo heette, vroeg zijn meerderen toestemming om als spion de Spaanse troepen een tijdlang te observeren en een strategie te vinden om ze te bestrijden. Het mes sneed hierbij aan twee kanten, de Staatse plannen om de Twentse stadjes te veroveren lagen al op de plank en wanneer men de Spaanse terreur op het platte land een eind toe kon roepen, zou dat de inwoners gunstig kunnen stemmen voor Oranje.
Swartenhondt probeerde contact te leggen met de boeren voor een hinderlaag maar stuitte op de bekende Twentse argwaan en achterdocht totdat hij in Usselo een boer had gevonden van Hollandse afkomst die na enige druk wilde meewerken. Toen Swartenhondt in december met zijn plannen bij de legerleiding terugkwam, was men zeer enthousiast en zegde men hem 460 scherpschutters toe. Hij had met de boer in Usselo afgesproken dat men zijn boerderij zogenaamd zou overvallen en al het vee zou wegvoeren en zo gebeurde het ook zonder medeweten van de andere boeren. Men liet een haveloos uitziende jongen ontsnappen die op 16 december 1591 aan de Veldpoort de overval van de Staatse troepen meldde. Mendo was woest en in de middag vertrok hij met 200 ruiters richting de zogenaamd geplunderde boerderij. Daar trof hij niemand aan maar vond wel duidelijke sporen van de Staatse ruiters in de sneeuw en zette in volle vaart de achtervolging in. Hierop had Swartenhondt gerekend en had een mooie plek voor een hinderlaag gevonden tussen Boekelo en Beckum bij het Ganzebos, een groot moerasgebied. Door een kampvuurtje lokte hij de achtervolgers een bospad op waarna zijn scherpschutters die in het kreupelhout verborgen zaten de verraste Spanjaarden van hun paarden schoten. Meer dan 120 man kwamen hierbij om terwijl anderen die in paniek het moeras invluchtten geen enkele kant meer op konden en verdronken of door de Staatse ruiters werden gedood..
Slechts een veertigtal kon aan de slachtpartij ontkomen.
Het plan was gelukt, de rooftochten werden minder en toen prins Maurits in 1597 Enschede belegerde, telde de Enschedese bezetting nog maar 108 soldaten die zich direct overgaven. Of ook Mendo omgekomen is, vertelt de geschiedenis niet. In 1597 was hij echter niet meer in de stad….


             

Sigarenrokers van het merk Elisabeth Bas of sigarenbandjes spaarders zoals ik hebben nooit kunnen vermoeden dat die deftige dame de echtgenote was van Swartenhondt, de man die meer dan de helft van de Spaanse bezettingstroepen van ons Eanske elimineerde..


 




 

 





  RECLAME UIT DE JAREN 60....


'Alleen voor beschuit kom ik eruit'.... '

of er slaat er iemand met de vuist op tafel...

Het zijn kreten die we vast allemaal nog van de reclame kennen....
Maar hoe het allemaal begon?

 





 
                                                                                 VAN ARK'S NAAR BOLLETJE BESCHUIT
 

                                        


Herman van Ark startte in 1951 in een commerciële functie bij Arks Bakkerijen BV, een familiebedrijf dat door drie broers uit de vorige generatie van Ark is opgezet. De fabrieksmatige beschuitbakkerij startte in de jaren twintig, oorspronkelijk midden in het Heerder dorp, dat ligt in de provincie Gelderland aan de rand van de Veluwe.
Begin dertiger jaren verhuisde het bedrijf naar de huidige locatie in het markante pand aan de Zwolseweg in Heerde. Deze werd later uitgebreid met de fabricage van ontbijtkoek en koekjes.
In 1975 is het onderdeel geworden van de Bolletje onderneming.
Vanaf de jaren zestig werd Van Ark commercieel en weer later algemeen directeur van Arks. Tot zijn 72ste was hij commissaris van Bolletje. Verder was Van Ark bestuurslid van Verbisko, de landelijke brancheorganisatie voor beschuit, ontbijtkoek en koekjesfabrikanten. Hij leidde in die tijd de CAO-onderhandelingen met werknemersorganisaties.
 
In 1954 startten de vijf broers een industriële bakkerij aan de Turfkade in Almelo. Johannes Antonius (Jan) ter Beek (1916-2006) was de initiatiefnemer tot wijziging van de merknaam "Ter Beek's Beschuit". Broer Gerard bedacht de naam "Bolletje". Bolletje ontwikkelde zich tot 's lands grootste beschuitproducent, mede dankzij een uitgekiend reclamebeleid van Jan ter Beek met medewerking van reclamebureau De Zuil uit Enschede. Het bedrijf werd beroemd vanwege de reclamespreuk: "Ik wil Bolletje!", later uitgeroepen tot de reclameslogan van de twintigste eeuw. In 1962 werd overgegaan tot samenwerking met het eveneens in Almelo gevestigde bakkersbedrijf Bachman Bakeries, dat gespecialiseerd was in het produceren van zoutjes.
In 1975 werd Arks Bakkerijen B.V. in Heerde overgenomen en in 1978 werd een nieuwe roggebroodfabriek geopend in Almelo. Daarna werden nog talloze andere bedrijven opgekocht,

 




Beschuitbus zoals wij die vroeger thuis hadden...
 



Uit mijn eigen keukenkastje, deze is onderhand ook alweer zo'n 45 jaar oud...





 

 





DAT 'S DE KUNST....  


Deze keer een passend rijm bij een ets die Hans 'WORTELKNOL' noemde.

Wanneer we geen echte groene vingers hebben, kennen we de planten alleen van de mooie kant die boven de aarde uitkomt. In de grond hebben de planten een stelsel van wortels, bollen of knollen die voor de nodige voeding zorgen. Bij de knollen kunnen deze de grilligste vormen aannemen. Het zijn uit de kluiten gewassen en verbrede wortels die we wortelknollen noemen.
We kennen allemaal het speenkruid, het gele stervormige bloempje dat vroeg in het voorjaar bloeit. Het heeft een wortelknol in de vorm van een speentje waaraan de plant de naam te denken heeft. Veel van de wortelknollen zijn eetbaar en gezond gebleken voor de mens en zijn daarom gecultiveerd, zoals de aardappel, de rode biet, gember of zomer en winterpeen. Vooral bij de laatste twee komen vormen voor waarmee onze fantasie op de loop kan gaan.

 





                        BIJ EEN ETS VA N HANS..  
                   
 
  
 
   
                                                                                         Speenkruid
 

 



                                       




                                               
                                              
WORTELKNOL                 


Wanneer we naar de bloemen kijken,
schieten we soms even vol.
Ze kunnen onze geest verrijken,
in de liefde spelen ze een rol.
 

Maar een stukje in de aarde
in het midden van de pol,
zit een deel van grote waarde
de zogenaamde wortelknol.


Daar wordt voedsel opgeslagen
voor tijden als het slechter gaat.
Bij droogte, ziekte, vorst of plagen,
houdt hij de plant in goede staat.


Sommigen kunnen we eten
zoals aardappel en winterpeen.
Dus laten we toch niet vergeten,
een plant is nooit een bloem alleen.



 

 




 






T
OEN IK NOG…      Kralingen


Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat bij de Kralingse Plas het Holland Pop Festival, het Nederlandse Woodstock, plaats vond. Bijna honderdduizend jongeren kwamen er samen om van de vrijheid en de liefde te genieten.
Het calvinistische of roomse juk werd afgeworpen en men voelde zich bevrijd van het keurslijf der sociale controle van de jaren vijftig. Drie dagen lang genoot men van hasj, elkaar en muziek van o.a. Jefferson Airplane, Santana en Pink Floyd.

Voor ons kwam het net iets te laat, veel van ons waren pas getrouwd of hadden al kleine kinderen. Achteraf had schrijver dezes er best graag bij willen zijn en ik denk wel meer van onze klasgenoten, maar het was toen nog een ver van ons bed gebeuren……
Toch dook deze foto uit de archieven op. Zou er dan toch een van onze klasgenootjes, de boel, de boel hebben gelaten en zich in het vrijheid, blijheid gevoel hebben gestort?
Ze heeft zich in ieder geval wat kleding betreft zeer geslaagd aangepast en ook de joint ontbreekt niet. Maar ook bij haar was het stille verlangen groter dan de realiteit.
Drie dagen Lossers carnaval waren een mooi alternatief……



 



 

 





 
WONINGINRICHTING EN KAPSALON


De deelnemers aan onze reünie vorig jaar in Losser herinneren zich misschien dat ik een rijmpje voordroeg waarin ik op zoek was naar Ria.
Ik zal het om haar niet weer in verlegenheid te brengen hier niet herhalen, maar mijn zoekgeschiedenis was aardig genoeg om te vertellen.
Ik heb Ria altijd een lief meisje gevonden. De reden hiervoor zal zijn geweest dat ze van alle meisjes vanaf de eerste klas het dichtst bij me zat, er liep alleen een looppad tussen.
Toen ik een jaar of vijftien was, dus allang van school, kwam ik nog regelmatig in mijn buurtje meisjes als Rita Blok en Tini Bijkerk tegen, maar Ria die ook niet ver van mijn ouderlijk huis woonde nooit. Vreemd want ik bezocht regelmatig cafetaria Piet Jansen dat naast de woningen waar Ria woonde zijn patat en ballen gehakt aan de man bracht, ging brommers kijken bij Piet van Dijk en kwam vaak langs haar huis wanneer we naar mijn tante en nichtje liepen die op het Tuindorp Broekheurne woonden. Ik besloot na ampele overwegingen de stoute schoenen aan te trekken en mijn licht eens op te steken hoe het met haar was. Ik trof bij toeval haar buurjongen die me vertelde dat zij en haar ouders al jaren geleden naar Glanerbrug waren verhuisd. Dat was even een domper… De Brug was ver weg en ik kende er niemand. Dat veranderde toen ik er een paar jaar later ging werken en waar mijn vrouwelijke collega’s veelal uit Glanerbrug kwamen. Ik heb weleens gevraagd of iemand Ria kende, maar zonder resultaat… Dat haar ouders er een meubelzaak en woninginrichting hadden (zie advertentie), heb ik nooit geweten. Ria bleef zoek.
              

Maar wat wilde het toeval? Het toeval wilde dat mijn ouders noodgedwongen vanuit de Frederikastraat eind jaren zeventig moesten verhuizen naar de Laares…. Daar had mijn moeder een nieuwe kapster nodig en die vond ze aan de Minkmaatstraat en wel “Kapsalon Ria”(zie foto)
En ja hoor, de naam Schorn komt niet zo vaak voor dus mijn moeder vertelde me op een goede dag dat haar kapster haar onder het krulspelden zetten en föhnen had gevraagd of ze een zoon had
die Gerrit heette en bij haar in de klas had gezeten. Ik wist toen niet welke
Ria dat moest zijn, want het kon Ria Lentink zijn maar ook op de ULO had ik bij een paar Ria’s in de klas gezeten.
Toen de keer daarop de naam Diepeveen viel, was ik blij verrast. Daar was ze dus gebleven en ze had het met een eigen zaak  goed voor elkaar.
Toen Mini en ik in 2011 op zoek gingen naar de klasgenoten, wist ik dus waar ik Ria kon vinden.
Maar bijna was ik weer te laat, ze had haar zaak verkocht en gelukkig wist de huidige eigenaresse wel haar telefoonnummer dat ze me begrijpelijker wijs niet wilde geven. Ik gaf haar wel het mijne en na enige tijd nam Ria contact met me op en zo is ’t gekomen…..
Ze is nog hetzelfde lieve meisje van vroeger…
Het verhaal karakteriseert mijn geschiedenis met meisjes… Blauwtjes lopen of keihard te worden afgewezen, wist ik door geen onnodige risico’s te nemen te voorkomen. Bij mij was meer het visserslatijn van toepassing: Bot vangen of achter het net vissen….
 

 

 

 





GROENTEBOER 


In mijn jonge jaren kwamen de leveranciers bellend of roepend nog massaal aan de deur. Vooral bij de diverse bakkers en groenteboeren, hoopten wij altijd dat er iets te snaaien viel. “Bakker hei’j nog ’n keddetje of greunteboer mai’k ’n appel?
Meestal was onze smeekbede tevergeefs, maar een enkele keer vooral wanneer er veel klanten om de wagen stonden en men een goede beurt wilde maken, gaven ze nog wel eens een krentenbol of appel weg die je dan soms moest delen met z’n vieren, maar dat mocht de pret niet drukken.
Er was één knieperige groenteboer waarvan je nooit iets kreeg, zelfs geen half rotte appel of peer.
Onze wraak was fruitig…

 







De groentekar van Theo Janssen op Boswinkel...


 







GROENTEBOER


Een groenteboer in onze straat,
gaf nooit iets weg, zelfs geen tomaat.
Ook afval waren wij niet waard
hij voerde 't liever aan zijn paard.



Had hij zijn handel hier gedaan,
spoorde hij zijn hengst weer aan.
En ging het dier vol in galop,
dan sprongen wij snel achterop.



Vanaf de bok kon hij niets zien
en dat was ook maar goed misschien.
Want onder ’t motto; “EET MEER FRUIT”
waren vaak appels onze buit…




 

 





 
WAAR MINI'S WIEGJE STOND...

 
Het huis waar ik geboren ben en grootgebracht lag aan Egstraat nr.13…
Een ongeluksgetal zei men vroeger en dus zou pech wel ons hele leven blijven vervolgen…. Maar of dat ook echt zo was?
Gelukkig is dat uit niets gebleken. Goede en slechte tijden beleven we immers allemaal.
Mijn ouders zijn getrouwd op Allerzielen, 1 november 1940. Omdat de nieuwbouw van deze huizen nog niet voltooid was, moesten ze noodgedwongen een paar maanden bij vaders ouders intrekken (pech).
Gelukkig konden ze ongeveer 2 maand voor de geboorte van hun 1e kind, (mijn oudste zus) de woning gaan inrichten en betrekken (mazzel). Het was een ‘vroeg geboorte’, dat vroeger wel vaker voorkwam. (mazzelpech). Er kwamen daarna nog twee meiden waarvan ik de laatste was… (mazzel).
Ze hadden ook mazzel met een woning dat mooi tegenover het plantsoentje gelegen was, met vrij uitzicht dus.
Het was een fraai pleintje en de buurt was er trots op. Veel groen met bomen, planten en bloemen en werd omzoomd door Egstraat, Maaierstraat, Tomatenstraat en Zaaierstraat. Vader bleef er keer op keer op hameren dat we niet in het plein mochten komen, dit om vernielingen aan planten en struiken te voorkomen. Door de hele buurt werd het plantsoen als een ‘HEILIG PLEIN” beschouwd en was het voor ons kinderen een vanzelfsprekendheid om niet over de omheining te klimmen. Helaas konden we niet altijd de heilige boontjes uithangen omdat het vaak genoeg gebeurde dat onder het spelen een bal de weg naar het pleintje verkoos om zich in de bosjes te verstoppen. Of dat bij het verstoppertje spelen juist die ene struik de aangewezen plek leek om je achter te verschuilen. Angstvallig keek je dan of er niemand vanachter de ramen stond te gluren om je te betrappen want dan kon je nog een flink standje incasseren..
Ook mijn vader wierp zich op als handhaver. Mocht er onverhoopt toch een kind over de schreef gaan, hij werd onmiddellijk met een bons op het raam en een duimwijzing van “ERUIT!!!” terecht gewezen.
De meeste buurtkinderen van toen zijn er groot geworden en kwam voor ons allen de dag dat we het nest uit vlogen..
Nu staan er overal speeldingen in het voormalig plantsoen en mogen de kinderen van nu er wel in spelen..
Voor het maken van deze foto moest ik natuurlijk toch even het plantsoen in en daar kwamen ook de herinneringen meteen weer terug. Even schichtig om je heen kijken of er niemand voor het raam  stond om je alsnog …… 
Gelukkig werd ik nauwelijks opgemerkt en bleef alles verder rustig….

                     
 
                        Mijn ouderlijk huis op no. 13, de tussenwoning waarvan het erkerraam helaas al een tijd geleden vervangen was
                         door een 'platte' constructie.... (
foto augustus 2020)



                     
                            Met het zicht op de Tomatenstraat en ons "heilig plein" dat nu als speelplek is ingericht, kunnen kinderen er nu 
                            onbekommerd spelen (foto maart 2017
)


                     
                                  Een oude foto van ca. 1952 met ijscoman ten Heggeler die iets verderop in onze straat woonde.
                         Op de foto zie je nog ons erkerraam, daar waar het sparreboompje in de voortuin van onze buren op no.11. staat




 

 





OPLOSSING RAADPLAAT VAN AUGUSTUS



De plek waar Mini met haar dochters een paar ontspannen dagen beleefde, was bij de meesten van ons bekend. Op de foto zien we Hotel Bad Boekelo…. Voor ons was het hotel vroeger van minder belang. Het ging ons om de onstuimigheid van het golfslagbad en de bosrijke omgeving waar we in onze tienerjaren al even onstuimige en romantische avonturen beleefden…




De winnares die geloot werd uit de vele goede oplossingen heeft inmiddels dit antieke zoutpotje van de Koninklijke Nederlandse Zoutfabriek die in onze jeugd eigenaar was van Bad Boekelo, ontvangen.





 







 






 

 










 






NIEUWE RAADPLAAT

 
 
 Wie kent dit gebouwtje nog en waar heeft het gestaan...
 
 Met deze nieuwe uitsnede van een willekeurig pand zijn we zijn alweer aan het eind gekomen van ons September Nieuws 2020. 
 
 Als er een lichtje gaat branden stuur het dan in.
 We zien je puzzelresultaten graag  tegemoet bij;
 
 info@stefenfen.nl

 

 
Maar via de gewone mail mag natuurlijk ook!
 



 

 

 

TOP

HOMEPAGE